KLAAS SIEKMAN 1878- 1958






13 januari 2015
Klaas Siekman 
Ook wel K. Siekman Azn. genoemd, was een Nederlandse architect
Zijn werk is vooral te vinden in het westelijke deel van de provincie Groningen.

Leven en werk

Klaas Siekman, een zoon van de timmerman Arend Siekman (1841-1932), werkte vanuit Zuidhorn, waar hij gelijktijdig zelfstandig architect, gemeente-architect en ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht was.
Bovendien was hij als waterbouwkundige in dienst bij het waterschap Westerkwartier.
Ook bekleedde Siekman vanaf de oprichting in 1908 tot 1943 het directeurschap van de Openbare Vaktekenschool in Zuidhorn, die huisde in een door hemzelf ontworpen pand.
Siekmans werk had vooral een eclectisch karakter.
Zijn vroege ontwerpen laten een voorliefde voor de Art Nouveau zien, maar later maakte hij ook gebruik van elementen uit de stijl van de Amsterdamse School.
Tot zijn bekendere werken behoren de gemeentehuizen van Grijpskerk (1913) en Zuidhorn (1916), waarvan het laatste overigens een vrijwel letterlijke kopie is van de in 1956 afgebroken laat-middeleeuwse Hoofdwacht op de Grote Markt in Groningen.
Verder ontwierp hij - niet zelden voor renteniers - een groot aantal woonhuizen, zowel in Zuidhorn als in onder andere Grijpskerk, Noordhorn en Oldehove.
Verder tekende hij arbeiderswoningen in Bedum (1915) en Hoogkerk (1919-'20).
Verschillende ontwerpen van Siekmans hand zijn aangewezen als rijksmonument.
Dat geldt ook voor de villa Linea Recta in Zuidhorn (1925), die werd ontworpen door L.C. van der Vlugt (1894-1936) en waarvan Siekman uitvoerend architect was.
Het pand geldt als het oudste voorbeeld van het Nieuwe Bouwen in de provincie Groningen.
Klaas Siekman is in december 1958 op 80-jarige leeftijd te Zuidhorn overleden.
Siekman vergaderde!
Siekman aan het werk!
Siekman trouwde!


 NOORDHORN
                                        "HONDSRUG- END"....zoals het officieel heet!
                                 
Het "PIPPIE LANGKOUS"!....(zoals Jan Blaauw het noemt!)

Het is een vroeg voorbeeld van zijn werk.
Het pand is opgetrokken in een Overgangsstijl waarin Art Nouveaustijl- en Chaletstijlelementen zijn te herkennen.
Het woonhuis staat in een stukje Noordhorn dat vroeger het Gouden Hoekje werd genoemd vanwege het feit dat rentenierende boeren hier een aantal villa's lieten bouwen.
WOONHUIS met AANGEBOUWDE SCHUUR gebouwd in 1911 in opdracht van E. Zantinga naar een ontwerp van architect K. Siekman uit Zuidhorn in een Overgangsarchitectuur waarin Chalet- en Art Nouveaustijl elementen zijn te herkennen. 
In het interieur zijn bijzondere onderdelen aanwezig zoals het gebruik van gestanst plaatmateriaal voor plafonds. 
In 1951 werd de schuur intern gewijzigd, waarbij zowel de noord- als achtergevel van de schuur een nieuwe indeling kregen. 
Het woonhuis is gelegen op een langgerekt perceel aan de Langestraat, dat vroeger 't Gouden Hoekje werd genoemd vanwege het feit dat rentenierende boeren hier een aantal villa's lieten bouwen.

Omschrijving

Het één verdieping hoge, deels onderkelderde WOONHUIS met aangebouwde SCHUUR op nagenoeg rechthoekige plattegrond heeft witgepleisterde gevels (achtergevel witgeschilderd) op een trasraam van bruinpaarse baksteen afgezet met oranje geglazuurde steen (uitgezonderd de achtergevel) en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop oranje geglazuurde verbeterde Hollandse pannen; 
overkragende houten goot op klossen; 
decoratief fries (uitgezonderd de achtergevel); 
twee gemetselde schoorstenen; 
vijf keramische pirons; 
op het westelijk dakvlak een vijfzijdige dakkapel onder schilddak waarin twee tweeruits en centraal een drieruits vensters; 
strakke houten windveren. 
De gevels worden geleed door H-vensters met in de bovenlichten geel glas en roedenverdeling onder een gepleisterde latei en deels onder een bruinpaars bakstenen segmentboog; 
onderdorpel van bruinpaars geglazuurde dorpelstenen.

De entree in portiek bevindt zich centraal in de voorgevel (westzijde) en bestaat uit een houten paneeldeur waarin geel glas met zij- bovenlichten waarin geel glas en roedenverdeling; 
drie treden hoge hardstenen stoep met aan de linkerzijde een houten leuning. 
Het portiek wordt gevormd door het dak dat boven de entree is doorgetrokken en wordt gedragen door houten stijlen; 
opengewerkt houten fries. 
Aan de linkerzijde van de entree twee H-vensters. 
Aan de rechterzijde van de entree een risalerende topgevel met wolfeind waarvoor een driezijdige erker met drie H-vensters. 
Boven de erker een balkon met balustrade van gepleisterde pijlers waartussen een ijzeren hekwerk; 
twee openslaande houten paneeldeuren waarin geel glas met zijlichten.

In de risalerende topgevel met wolfeind links van de noordgevel twee H-vensters, waaronder twee keldervensters met roedenverdeling en waarboven een liggend venster met roedenverdeling; 
aan de rechterzijde een H-venster. 
De zijingang in portiek bevindt zich in het rechter geveldeel en bestaat uit een houten paneeldeur waarin geel glas met bovenlicht waarin geel glas en roedenverdeling; 
drie treden hoge aangesmeerde stoep; 
houten balustrade. Het portiek wordt gevormd door het dak dat boven de entree is doorgetrokken en rust op een houten stijl; 
houten beschot en opengewerkt houten fries. 
Aan de rechterzijde van de entree een H-venster.

In de achtergevel (oostzijde) een niet-origineel venster en niet-originele openslaande deuren met bovenlicht onder roodbakstenen strek. 
Aan de rechterzijde is de schuur aangebouwd.

Centraal in de zuidgevel een risalerende topgevel waarvoor een serre op rechthoekige plattegrond onder afgeplat schilddak; 
centraal aan de voorzijde twee openslaande houten deuren met bovenlicht waarin geel glas en roeden en aan weerszijden een H-venster; 
aan beide zijkanten drie H-vensters. 
Boven de serre een balkon met een houten balkondeur waarin geel glas (balustrade ontbreekt). 
Aan de linkerzijde van de topgevel een H-venster. 
Aan de rechterzijde van de topgevel een samengesteld tweedelig H-venster.

In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: 
de houten paneeldeuren met omlijsting, 
in de hal de granito vloer, 
de geschilderde marmerlambrizering, 
het stucplafond en de houten bordestrap met houten leuning, 
in de ontvangstkamer het plafond van gestanst plaatmateriaal en de lijsten met Art Nouveau-motieven, 
in zowel woon- als slaapkamer de zwartmarmeren schouw waarboven gestucte pilasters, het plafond van gestanst plaatmateriaal met lijsten waarin Art Nouveau-motieven en de houten schuifdeuren waarin glas-in-lood met paneelomlijsting, 
in de serre de houten schuifdeur waarin geëtst glas (jager met haas) en het beschoten plafond, 
in de gang de gekleurde tegelvloer, 
in de keuken de houten schouw, 
in de kelder de houten bewaarkasten,
 in de hal op de eerste verdieping het kraalbeschot en de ingebouwde kasten.

De aangebouwde SCHUUR op rechthoekige plattegrond heeft witgeschilderde gemetselde gevels op een trasraam van bruinpaarse baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop oranje verbeterde Hollandse pannen; 
gemetselde schoorsteen; 
keramische piron.

In de noordgevel twee niet-originele vensters. 
In de westgevel (achterzijde) een getoogd staand venster met ijzeren roedenverdeling onder roodbakstenen strek, een opgeklampte houten deur met ijzeren gehengen en een niet-origineel klein staand venster. 
In de zuidgevel twee getoogde staande vensters met ijzeren roedenverdeling en twee staande vensters, alle onder roodbakstenen strek.
Waardering

Woonhuis met aangebouwde schuur van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
als voorbeeld van een woonhuis met aangebouwde schuur uit 1911 in de provincie Groningen in Overgangsarchitectuur
vanwege de opvallende vormgeving en rijke detaillering
vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
vanwege de waardevolle interieuronderdelen
als vroeg voorbeeld van het oeuvre van architect K. Siekman
vanwege de fraaie ligging aan de Langestraat.
 

                                           Buurman Kruizinga
                                           Een juweeltje........maar toch.....
..............Rijp voor de afbraak

Het huis van buurman Wieringa.,....de naam WIANDI 



ZUIDHORN

Burg. de Vrieslaan

Na de aanleg werd deze straat de Nieuwe weg genoemd. 
Dit veranderde later in de Iepenlaan.
Rechts de huizen van veearts Anema (nu nr 4) en architect Klaas Siekman, nu nr 2 .
Links de huizen van resp. A. Kolle-majoor rijksveldwacht en G.Brands , gemeentesecretaris, nu resp. de nrs 1 en 3
 Het huis waar ooit architect Klaas Siekman woonde
 Eerder Iepenlaan, het huis van architect Klaas Siekman, die eerder woonde aan de Gast-westzijde
 Eerder Iepenlaan. 
Op de hoek van de Wilhelminalaan, de villa van Wigboldus, verder veearts Anema en architect Siekman. 
Op het eind van de straat de tuin van de Eiberhof
 Vroeger Iepenlaan. links het huis van architect Siekman. 
Op het einde van de weg de villa van rentenier-boer Jan Dijkstra (nu Wilhelminalaan 3) 
Rechts de bungalow Linea recta van notaris Vink, later notaris Reinders

 Links de villa van de scheepsbouwe Alle Barkmeijer, de Gast nr 1, het volgende huis was van architect Siekman

Burg. de Vrieslaan 2
Zuidhorn

Robuust herenhuis ademt
ambachtelijk vakmanschap
Trappenhuis met glas-in-loodraam.
Royale, besloten achtertuin.

De architect in kwestie is Klaas Siekman(1878 - 1958). 
Hij was zoon van een timmerman. 
‘Vandaar wellicht zijn passie voor ambachtelijk vakmanschap en oog voor detail’  
Siekman werkte vanuit Zuidhorn. 
Hij werkte vanuit dit huis, dat hij in 1933 zelf liet bouwen.

Siekman was toentertijd dé architect van het Westerkwartier.

Hij was gemeente-architect, ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht en architect Waterschap Westerkwartier.
Ook was Siekman vanaf de oprichting 35 jaar lang directeur van de Openbare Vakteekenschool in Zuidhorn
Daarnaast werkte hij als zelfstandig architect. 
Alleen al in Zuidhorn heeft hij een groot aantal woonhuizen op zijn naam staan. 
Daaronder verschillende monumentale rentenierswoningen aan De Gast. 
Siekman tekende ook voor het ontwerp van de gemeentehuizen van Zuidhorn, tegenwoordig Bistro Het Oude Raadhuis,en Grijpskerk. 
Arbeiderswoningenvan zijn hand vind je onder meer in Bedum en Hoogkerk.

De ontwerpstijl van Siekman laat zich niet in een bepaald vakje stoppen.
Eclectisch, heet dat in vakjargon.
Hij kopieerde wat hij mooi vond en hij vond het ook niet erg om gekopieerd te
worden.’

Het herenhuis geeft zijn architectonische geheimen niet direct prijs. 
Je moet er wat langer naar kijken, dan zie je pas hoe goed over elk detail is
nagedacht. 
Neem het ambachtelijke metselwerk. 
Zie je dat de voeg buiten het metselwerk ligt? 
Dat heet een knipvoeg. 
Een knap staaltje ambachtelijk vakwerk. 
Tegenwoordig niet meer te betalen.’

Ook aan de indeling ligt het nodige denkwerk ten grondslag. 
Siekman werkte vanuit huis. 
Op de begane grond had hij twee kantoren. 
Aan de straatzijde bevond zich zijn werkruimte en aan de achterzijde had hij
een ontvangstruimte – met aparte zij-entree.

Een blik op de rijk gedecoreerde centrale hal bleef het zakelijke bezoek daardoor onthouden. 
Kijk maar eens goed naar dat schitterende geslepen glas wijzend naar de vestibuledeuren. 
En zo zijn er meer authentieke elementen bewaard gebleven: de terrazzo-vloeren,
het glas-in-loodraam op de tussenoverloop.

Met zes kamers verdeeld over 240 vierkante meter woonoppervlak heb je als bewoner over ruimte niet te klagen.

Ook om de woning volop (extra) binnenruimte en buitenruimte: grote tuin, inpandige garage, vrijstaande garage met twintig meter lange oprit en tuinhuis.
En dat alles op echt een steenworp afstand van De Gast, het dorpshart en het trein- en busstation van Zuidhorn.

Zuidhorn De Gast 24


DE GAST 24

Beschrijving 

Rentenierswoning in eclectische stijl.

Inleiding RENTENIERSWONING gebouwd omstreeks 1890 in een Eclectische bouwstijl. 
Het pand werd in 1931 aan de achterzijde uitgebreid met een platte aanbouw met erker door architect A. Siekman uit Zuidhorn. 
Nog weer later is het schuurgedeelte waarschijnlijk iets vergroot aan de westzijde en in 1971 is de plattegrond deels gewijzigd en de kap vernieuwd. 
Oorspronkelijk had het huis een attiek; deze is nu verdwenen.
Achter de woning staat een koetshuis, dat wegens ingrijpende wijzigingen buiten de bescherming valt. 
De rentenierswoning is gelegen op een ruime kavel grond en heeft een vrij diepe voor- en achtertuin. Restanten van een ijzeren toegangshek markeren het toegangspad naar de woning. 
Het pand is rustiek gelegen in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast. 
Omschrijving RENTENIERSWONING opgetrokken in een bruinrode baksteen op een gepleisterd trasraam. 
Het schilddak, gedekt met een (vernieuwde) zwarte Hollandse pan, heeft een kroonlijst en twee (oorspronkelijk vier) gemetselde schoorstenen met kap. 
De hoofdentree bevindt zich midden in de voorgevel (oost) in een portiek en wordt benadrukt door twee gepleisterde pilasters met fronton, gedecoreerd met gepleisterde ornamenten. 
De gepleisterde portiek heeft een gepleisterde omlijsting bestaande uit twee gegroefde pilasters met kapiteel en gebogen kroonlijst met bovenop een rand van ornamenten, en een natuurstenen stoep (vier treden). 
In de portiek een dubbele paneeldeur met (vernieuwde) deurlichten met gietijzeren panelen onder een licht getoogd bovenlicht. 
In de voorgevel tevens vier licht getoogde H-vensters met gepleisterde omlijsting met kuif. Op de hoeken van de voorgevel gepleisterde hoekpilasters met gepleisterde ornamenten. 
In de noordgevel een licht getoogd H-venster, een licht getoogd T-venster, een blind venster, alledrie met gepleisterde omlijsting met kuif, en een licht getoogd tweeruits keldervenster met diefijzers.
 In de zuidgevel een licht getoogd H-venster met gepleisterd omlijsting en kuif, een blind venster en een T-venster. 
De achtergevel is wegens verbouw en jongere aanbouw van ondergeschikt belang. 
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de gang het gepleisterde plafond met rozet; de marmeren tegelvloer; de paneeldeuren; de dubbele tochtdeuren met deurlichten met decoratieve roedenverdeling en geëtst glas, binnen een houten omlijsting met fries en kroonlijst met ornament. 

Waardering 

Rentenierswoning van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde 
- als voorbeeld van een rentenierswoning uit omstreeks 1890 
- als typerend voorbeeld van een symmetrisch type woning met pleisterdecoraties 
- vanwege de opvallende eclectische ornamentiek 
- vanwege de rustieke ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast. 


Zuidhorn DE GAST 36

WOONHUIS met aangebouwd KOETSHUIS gebouwd in 1922 onder architectuur van K. Siekman uit Zuidhorn in een Overgangsarchitectuur met Chalet-stijl elementen.
Het pand is aan de achterzijde uitgebreid met een plat volume waarop een nieuw balkon is geplaatst.
Dit volume komt wegens te geringe ouderdom niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking.
Tevens is het interieur van het koetshuis gewijzigd waardoor zowel de zuid- als achtergevel een nieuwe indeling hebben gekregen.

De woning is gelegen op een langgerekt perceel in een gebied, De Gast genaamd, dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht.
Het pand vormt in combinatie met het eveneens beschermde buurpand (De Gast 34) een fraai ensemble.
Het perceel wordt aan de voorzijde van de openbare weg gescheiden door een eenvoudig uit omstreeks 1922 stammend ijzeren HEK met twee openslaande delen aan de rechterzijde.


Omschrijving

Het één verdieping hoge, deels onderkelderde WOONHUIS met aangebouwd KOETSHUIS op nagenoeg rechthoekige plattegrond heeft witgepleisterde gevels op een trasraam van rode baksteen en wordt gedekt door een samengesteld dak waarop oranje geglazuurde verbeterde Hollandse pannen; twee gemetselde schoorstenen; overkragende houten goot op houten klossen; strakke houten windveren; op het zuidelijk en westelijk dakvlak een dakkapel onder overkragend plat dak waarin een driedelig venster met houten roedenverdeling.
De gevels worden geleed door H-vensters met gekleurd glas-in-lood in de bovenlichten onder roodbakstenen rollaag aan de bovenzijde afgezet met bruine baksteen; onderdorpel van bruine geglazuurde geprofileerde dorpelstenen.

In de risalerende topgevel aan de voorzijde (oostgevel) een driezijdige erker waarin drie H-vensters onder plat dak.
Boven de erker een balkon met gemetselde borstwering afgedekt met beton waarachter twee houten balkondeuren waarin gekleurd glas-in-lood met zijlichten waarin gekleurd glas-in-lood. De top is beschoten.
Aan de rechterzijde van de topgevel een staand venster.
De entree bevindt zich in het terugspringende rechter geveldeel en bestaat uit een houten paneeldeur waarin geslepen glas met zij- en bovenlichten waarin gekleurd glas-in-lood; houten luifel; drie treden hoge hardstenen stoep; in de gevelsteen links van de entree `J.J. 19'; in de gevelsteen rechts van de entree `H.S. 22'.

Centraal in de zuidgevel een vijfzijdige serre waarin zeven H-vensters en een niet-originele deur waarvoor een niet-originele stoep; beschot aan weerszijden van de serre.
Links van de serre een samengesteld tweedelig H-venster.
Rechts van de serre een H-venster.

Centraal in de achtergevel (westzijde) een smal H-venster met zesruits bovenlicht. Aan de rechterzijde de niet-originele aanbouw (niet beschermd) waarop een niet-origineel balkon. Het koetshuis is aan de linkerzijde aangebouwd.

In het linker geveldeel van de noordgevel een staand tweeruits venster met afgeschuinde hoeken, een staand tweedelig venster waarin gekleurd glas-in-lood en een tweedelig vierruits keldervenster met diefijzers.
In het risalerende rechter geveldeel centraal een driezijdige erker van rode baksteen waarin vier H-vensters met roedenverdeling in de bovenlichten.
Links van de erker een staand venster met afgeschuinde hoeken waarin roedenverdeling. De zijingang bevindt zich rechts van de erker en bestaat uit een halfronde houten paneeldeur waarin geslepen glas waarvoor een twee treden hoge aangesmeerde stoep. Boven de deur een liggend venster met afgeschuinde hoeken waarin roedenverdeling.

In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: op de begane grond de houten paneeldeuren waarin gekleurd glas-in-lood met houten omlijsting, op de eerste verdieping de houten paneeldeuren met zesruits venster met houten omlijsting, in de tochthal de houten tochtdeur waarin niet-origineel glas, in de hal de granito vloer en de houten trap met houten balustrade, in de woonkamer het stucplafond, de paneellambrizering en de zwartmarmeren schouw, in de achterkamer het stucplafond en de zwartmarmeren schouw, in de keuken de houten schouw en het balkenplafond.

Het aangebouwde KOETSHUIS op rechthoekige plattegrond heeft witgepleisterde gevels op een trasraam van rode baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop oranje geglazuurde verbeterde Hollandse pannen; twee zinken pirons; houten goot op klossen.

In de voorgevel (oostzijde) dubbele houten deuren waarin twee vensters met ijzeren gehengen.

Zowel de zuid- als achtergevel (westzijde) hebben een nieuwe indeling gekregen.


Waardering

Woonhuis met aangebouwd koetshuis en hek van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als voorbeeld van een woonhuis met aangebouwd koetshuis uit 1922 in de provincie Groningen in een Overgangsarchitectuur met Chalet-stijl elementen
- vanwege de opvallende vormgeving en detaillering
- vanwege de redelijk hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- als laat voorbeeld van het oeuvre van architect J. Siekman
- vanwege de ensemblewaarde in combinatie met het buurpand De Gast 34
- vanwege de opvallende ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast. 


Woonhuis met aangebouwd koetshuis gebouwd in 1922 naar een ontwerp van K. Siekman uit Zuidhorn in een Overgangsarchitectuur met Chaletstijl- elementen.
Het huis vormt met het eveneens beschermde buurhuis (nummer 34) een fraaie ensemble.
Het huis heeft gepleisterde gevels op een trasraam van rode baksteen en wordt gedekt door een dak met daarop oranje geglazuurde Hollandse pannen.
Het is een laat voorbeeld van het werk van K. Siekman.

De Gast links 34 en 36...een fraai ensemble! 


De Gast 54

Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis





En schuur De Gast 54

Omschrijving

RENTENIERSWONING met aangebouwd KOETSHUIS gebouwd in 1910-11 in een Overgangsarchitectuur met Art Nouveau en Chaletstijl elementen. De één verdieping hoge, deels onderkelderde RENTENIERSWONING op nagenoeg rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen dat halverwege is witgepleisterd op een trasraam van bruinpaarse baksteen, deels afgezet met een bruine geglazuurde steen, en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop oranje geglazuurde kruispannen (achterzijde donkere muldenpannen);strakke houten windveren;keramische pirons;overkragende houten goot op klossen;niet-originele dakkapel op het noordelijk dakvlak;witgepleisterd fries gedecoreerd met rode baksteen;vakwerk in topgevel met wolfeind aan voorzijde. De gevels worden geleed door H-vensters met in de bovenlichten decoratieve houten roedenverdeling waarin deels geel glas onder een getoogde roodbakstenen strek met gepleisterde sluit- en aanzetstenen en witgepleisterde trommel gedecoreerd met rode baksteen;onderdorpel van bruine geglazuurde dorpelstenen.

In de risalerende topgevel met wolfeind links van de voorgevel (oostzijde) een driezijdige erker deels onder schilddak waarin drie H-vensters.
Boven de erker een balkon met balustrade van gepleisterde pijlers waartussen een ijzeren hekwerk met Art Nouveau motieven; dubbele houten balkondeuren waarin glas (roedenverdeling verdwenen) omlijst met rode baksteen.
In het rechter geveldeel twee H-vensters.
In het risalerende linker geveldeel van de zuidgevel een H-venster en een houten paneeldeur waarin glas met bovenlicht waarin decoratieve roedenverdeling waarvoor een vernieuwde houten trap.

In het schuine geveldeel rechts van de deur een H-venster.
Boven dit geveldeel is het dak doorgetrokken; aan de voorzijde houten beschot.
In het rechter geveldeel een H-venster.
Aan de linkerzijde van de achtergevel (westzijde) een niet-origineel liggend venster, waaronder een niet-origineel verlaagd keldervenster, een klein staand venster onder roodbakstenen strek en een houten paneeldeur waarin glas met bovenlicht onder roodbakstenen strek waarvoor een twee treden hoge aangesmeerde stoep.
Het koetshuis is tegen de achtergevel aangebouwd.

De entree in uitgebouwd portiek bevindt zich centraal in de noordgevel en bestaat uit een houten paneeldeur met bovenlicht waarin decoratieve roedenverdeling waarnaast een smal tweedelig venster; drie treden hoge hardstenen stoep waarop een opengewerkte houten balustrade;
rechts een H-venster.

Het portiek wordt gevormd door het dak dat boven de entree is doorgetrokken en wordt gedragen door een houten pijler; houten vakwerk-achtig fries;
aan de voorzijde houten beschot. In het geveldeel links van de entree een H-venster.
In de risalerende topgevel met wolfeind rechts van de entree twee H-vensters (roedenverdeling verdwenen), een niet-origineel kelderraam en in de top een liggend venster.
In het INTERIEUR zijn onder meer van belang:
de houten paneeldeuren deels met glas met houten omlijsting,
in de tochthal de granito vloer,
de dubbele houten tochtdeuren waarin geëtst glas met vierruits bovenlicht waarin geel glas,
in de hal het stucplafond, de granito vloer en de houten bordestrap met houten leuning,
in de gang de wit/bruine tegelvloer,
in de woonkamer de geaderde bruinmarmeren schouw waarboven gestucte pilasters en de houten lambrizering,
in de kamer op zolder het Franse bed met houten omlijsting.
Het KOETSHUIS op rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen, aan de bovenzijde witgeschilderd, op een trasraam van bruinpaarse baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop donkere muldenpannen;
houten goot klossen.

In de noordgevel dubbele getoogde houten deuren waarin glas onder roodbakstenen strek.

In de zuidgevel een getoogd staand venster met ijzeren roedenverdeling onder roodbakstenen rollaag.

In de westgevel (achterzijde) een houten deur onder roodbakstenen strek waarnaast een getoogd staand venster met ijzeren roedenverdeling onder roodbakstenen rollaag.

Waardering

Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:

- als voorbeeld van een rentenierswoning met aangebouwd koetshuis uit 1910-11 in de provincie      Groningen in een Overgangsarchitectuur met Art Nouveau en Chaletstijl-elementen
- vanwege de opvallende vormgeving en fraaie detaillering
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- als goed voorbeeld van het oeuvre van architect J. Siekman
- vanwege de fraaie ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast.

Zuidhorn De GAST 45

Belastingkantoor


Inleiding

Voormalig BELASTINGKANTOOR bestaande uit een centraal gelegen kantoor met aan de linkerzijde een inspecteurswoning en aan de rechterzijde een rentmeesters- woning. 
Het pand is gebouwd in opdracht vande Rijksgebouwendienst in 1919 naar een ontwerp van architect K. Siekman uit Zuidhorn in Interbellum-architectuur.
In 1956 werd aan de achterzijde een dakkapel geplaatst en in 1958 een nieuwe
berging aangebouwd. 
Sinds 1976 is het pand niet meer in gebruik als belastingkantoor. 
Onlangs, in 1997,is het pand verkocht aan twee eigenaren.
Het belastingkantoor is opvallend gelegen op een langgerekt perceel in een gebied, De Gast genaamd, dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht. 
Aan de achterzijde staat een monumentale treures.

Omschrijving

Het twee verdiepingen hoge, deels onderkelderde BELASTINGKANTOOR op nagenoeg rechthoekige plattegrond heeft gepleisterde gevels op een trasraam van rode baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop oranje geglazuurde Hollandse pannen, achterzijde niet geglazuurd; 
drie gemetseldeschoorstenen; 
overkragende houten goot op klossen; 
houten dakkapellen onder plat overkragend dak, aan
de voorzijde twee met twaalfruits vensters, aan de noord- en zuidzijde één met achtruits venster; 
aan de achterzijde niet-originele dakkapel. 
De gevels worden geleed door H-vensters met vierruits bovenlichten

Actualiteit gegevens: 31-12-2014 
Pagina 1/3onder een gepleisterde latei en onderdorpel van kunstgraniet.
De entree van het kantoor bevindt zich in het middenrisaliet van de voorgevel (westzijde) en bestaat uit een houten paneeldeur, waarin een rond venster, onder houten luifel waarboven een achtruits bovenlicht;
twee treden hoge gemetselde stoep; 
brievenbus aan de rechterzijde. 
Links van de entree twee samengestelde tweedelige H-vensters. 
Boven de entree een tegeltableau waarin het gemeentewapen van
de voormalig gemeente Zuidhorn en de tekst `Rijkskantoren directe belastingen en accijnzen, registratie en domeinen'. 
Aan weerszijden van het tegeltableau een samengesteld tweedelig H-venster. 
Aan weerszijden van het middenrisaliet een driezijdige erker onder plat dak waarin vier H-vensters waarboven een samengesteld vierdelig H-venster.
Centraal in de noordgevel een aankapping met aan de voorzijde een samengesteld tweedelig H-venster, twee smalle staande vensters en twee keldervensters. 
De entree van de ambtswoning bevindt zich aan derechterzijde van de aankapping, die aan de bovenzijde is beschoten. 
De entree bestaat uit een houten paneeldeur met rond venster onder een houten luifel waarboven een achtruits bovenlicht; twee treden hoge gemetselde stoep. 
Links van de entree een smal staand venster (roedenverdeling verdwenen) en
boven de entree een ruitvormig vierruits venster. 
In het geveldeel links van de aankapping een niet-origineel venster (oorspronkelijk deur). 
In het geveldeel rechts van de aankapping twee H-vensters.
In het middenrisaliet van de achtergevel (oostzijde) een niet-origineel venster, een samengesteld tweedelig
H-venster (roedenverdeling verdwenen) en twee niet-originele platte aanbouwen (niet beschermd).
In het linker geveldeel dubbele openslaande houten deuren waarin glas met zij- en bovenlichten waarin roedenverdeling waarvoor een twee treden hoge gemetselde stoep. 
Boven de deuren een samengesteld vierdelig H-venster. 
Aan de linkerzijde een platte aanbouw waarin een negenruits venster, waarboven een
balkon met houten balustrade waarachter dubbele houten balkondeuren met glas. 
In het rechter geveldeel dubbele openslaande houten deuren waarin glas met zij- en bovenlichten waarin roedenverdeling waarvoor een twee treden hoge gemetselde stoep. 
Boven de deuren een samengesteld vierdelig H-venster. 
Aan de rechterzijde een platte uitbouw waarin een niet-originele deur waarboven een balkon met niet-originele balustrade waarachter dubbele houten balkondeuren met glas.
Centraal in de zuidgevel een aankapping met aan de voorzijde een samengesteld tweedelig H-venster, twee smalle staande vensters en twee keldervensters. 
De entree van de ambtswoning bevindt zich aan de linkerzijde van de aankapping, die aan de bovenzijde is beschoten. 
De entree bestaat uit een houten paneeldeur met rond venster onder een houten luifel waarboven een achtruits bovenlicht; twee treden
hoge gemetselde stoep. 
Rechts van de entree een smal staand tweeruits venster en boven de entree een
ruitvormig vierruits venster. 
In het geveldeel links van de aankapping twee H-vensters. 
In het geveldeel rechts van de aankapping een houten paneeldeur.
In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de houten paneeldeuren waarin glas met houten omlijsting, de houten trappen, in de hal van het kantoor en in de hal en toilet van beide woningen de granito vloer, in de hal van het kantoor de houten tochtdeur waarin glas met zijlichten, in de inspecteurswoning in zowel
voor- en achterkamer het stucplafond, de zwartmarmeren schouwen en de houten suitedeuren waarin glas met aan weerszijden houten kasten, in de rentmeesterswoning in de keuken de houten schouw en het balkenplafond.

Waardering

Belastingkantoor met ambtswoningen van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als voorbeeld van een belastingkantoor uit 1919 in de provincie Groningen in Interbellum-architectuur

Actualiteit gegevens: 31-12-2014 
Pagina 2/3- vanwege de opvallende vormgeving en detaillering
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- als opvallend voorbeeld van het oeuvre van architect K. Siekman
- vanwege de zeldzaamheidswaarde van dit type gebouw in de provincie Groningen
- vanwege de beeldbepalende ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast. 

Rijksstraatweg 13

Dit huis ziet er momenteel zo uit!

                                                              Klaas Siekman was de architect

De vaktekenschool
  De Gast nummer 21, de vroegere vaktekenschool

De vroegere vaktekenschool en later landbouwhuishoudschool aan de Gast.
De foto is gemaakt korte tijd na de ingebruikstelling als landbouwhuishoudschool op 1 mei 1929.
In de oorlogsjaren was er een distributiekantoor gevestigogd en nadien nog in gebruik gebruik bij het "Groene Kruis".
De architect van het gebouw was SIEKMAN. 

LINEA RECTA
WOONHUIS VINK
L.C. VAN DER VLUGT, K. SIEKMAN AZN., -1925, Hoofdstraat 49 / Burgemeester de Vrieslaan, Zuidhorn
Woonhuis Vink / Private House Vink ( L.C. van der Vlugt, K. Siekman Azn. )  
.
ARCHITECENBUREAU
Leen van der Vlugt
Klaas Siekman Azn

Met het ontwerp voor dit huis van een bevriende notaris neemt Van der Vlugt definitief afstand van zijn min of meer traditionele vroege werk.
Het is een asymmetrische compositie van rechthoekige volumes, waarbij elk te onderscheiden volume een verschillend programmatisch onderdeel bevat: een langgerekt volume twee kantoren en een garage, een hoger middendeel de entree, de keuken en de slaapkamers en een lager volume naast de ingang de woon- en eetkamer.
De woning is gedeeltelijk verbouwd en witgeverfd.


Linea recta


Grijpskerk

Het karakteristieke pand dateert uit 1913 en is onder architectuur van Klaas Siekman
gebouwd en heeft Jugendstil en Berlage elementen.
Van oorsprong is het pand gebouwd als gemeentehuis van Grijpskerk (1913- 1990).
Sinds 2011 is het oude gemeentehuis weer een trouwlocatie.


Dit forse, blokvormige gebouw is in 1913 gebouwd als gemeentehuis voor de gemeente Grijpskerk.
Het ontwerp is van de bekkende architect K. Siekman uit Zuidhorn.
Naast Berlage- invloeden vertoont het Jugendstilkenmerken.
Tot 1990 is het gebruikt als raadhuis, nu is het deels een woonhuis.
Daarnaast zijn in het gebouw twee bedrijven gevestigd:
Crafurd's Corner (B&B, vergaderlocatie, trouwlocatie, feesten en partijen) en Profinit Healthcare (een opleidngsintituut voor NJV, EHBO en ARD).

Voormalig GEMEENTEHUIS met inpandige DIENSTWONING gebouwd in 1913 naar een ontwerp van architect K. Siekman Azn. uit Zuidhorn. 
De aannemer was G. Beukema en de betonfundering werd uitgevoerd door Kool & Wildeboer. 
Het pand is opgetrokken in een aan het Rationalisme verwante bouwtrant. 
In 1949 werd de westgevel voorzien van vier nieuwe vensters met blank glas-in-lood en de achtergevel van een kelderingang. 
In 1963 is de stoep van de hoofdentree vernieuwd en in 1967 werd in de dienstwoning een slaapkamer gebouwd en zijn in de achtergevel drie dakkapellen geplaatst. 
In 1977 is de uitgebouwde entree aan de achterzijde verhoogd, waarbij de indeling van de gevel werd gewijzigd. 
Desalniettemin is het aanzicht van het gebouw als geheel nauwelijks aangetast.
Het gemeentehuis is beeldbepalend gelegen op de hoek van de Herestraat en de Jonkerslaan, in de as van de Kievitsweg. 
Het pand heeft na de gemeentelijk herindeling van 1990 zijn functie verloren en is nu in gebruik als woonhuis.

Twee bouwlagen hoog GEMEENTEHUIS opgetrokken in een rode baksteen op een iets uitspringend trasraam van donkere klinkers, afgezet met een rollaag van grindbeton. 
Het samengestelde dak, gedekt met een zwart geglazuurde tuile du Nord, heeft een goot op houten klampen en drie zinken pirons. 
De gevels worden overwegend geleed door H-vensters met bovenlichten met roedenverdeling onder een strek met sluit- en aanzetstenen van grindbeton of pleisterwerk en onderdorpels van grindbeton of geglazuurde baksteen. 
De noord- en de oostgevel hebben een fries met gepleisterde panelen.

Voormalig gemeentehuis van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als voorbeeld van een dorpsgemeentehuis uit 1913 in een aan het Rationalisme verwante bouwtrant
- vanwege de opvallende detaillering
- als goede representant van het oeuvre van architect K. Siekman uit Zuidhorn
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur
- vanwege de beeldbepalende ligging op de hoek van de Herestraat en de Jonkerslaan. 


Zonnehof

RENTENIERSWONING met aangebouwd KOETSHUIS ontworpen in 1915 door architect K. Siekman Azn. uit Zuidhorn.
De opdrachtgever was de heer L. Gaaikema uit Niehove. 
In 1969 is in het pand, dat is opgetrokken in een Overgangsstijl, een badkamer gebouwd.
Verder is er aan het pand nauwelijks iets gewijzigd. 
De rentenierswoning is gelegen aan de voormalige doorgaande weg van de stad Groningen naar Friesland op een ruime kavel grond, die door een sloot van de openbare weg wordt gescheiden. 
Boven de openslaande deuren staat geschilderd "Zonnehof". 
De villa Zonnehof, een wit bepleisterd huis dat is ontworpen door Klaas Siekman uit Zuidhorn.
Deze architect ontwierp veel gebouwen in deze regio.
Een betonnen BRUGGETJE met aan beide zijden een leuning bestaand uit vijf gepleisterde pijlers met dekplaat verbonden door een ijzeren ketting, markeert het toegangspad naar de woning.
Twee gepleisterde PIJLERS met insnoering op een muurdam markeren het toegangspad naar het koetshuis.

Omschrijving
RENTENIERSWONING met aangebouwd KOETSHUIS opgetrokken in een gepleisterde baksteen op een trasraam van rode klinkers, afgezet met een geglazuurde rand.
Het samengestelde dak, gedekt met een roodbruin geglazuurde verbeterde Hollandse pan, heeft een goot op klossen, een (vernieuwde) hoge gemetselde schoorsteen en drie pirons van keramiek.
De gevels worden geleed door staande vensters met onderdorpels van hout met accenten van geglazuurde baksteen.
De hoofdentree bevindt zich in de westgevel en bestaat uit een paneeldeur met kijkgat met geslepen glas, een getoogd bovenlicht met gekleurd glas-in-lood onder een houten segmentboog in vorm van een kroonlijst;
een granito stoep (drie treden) tussen twee zijmuurtjes;
aan weerszijden van de deur een gevelsteen en een tweedelig staand venster met gekleurd glas-in-lood onder een kroonlijst en geglazuurde onderdorpels.
Op de linker gevelsteen "L. & A.G.", op de rechter ¿1915¿.
Links van de entree een gebogen erker met drie ramen met glas-in-lood bovenlichten samengevat onder een gebogen kroonlijst; in het trasraam van de erker drie tweeruits keldervensters met diefijzers en rollaag.
Boven entree en erker een aangekapte houten luifel met decoratief houten beschot, steunend op vijf houten consoles.
Rechts van de entree een H-venster met glas-in-lood bovenlicht onder een kroonlijst.
In het dakvlak boven de entree een gepleisterde dakkapel onder een steekkap met windveren met houten beschot ertussen en goot op klossen;
in de dakkapel een driedelig getoogd venster met roedenverdeling onder een segmentboog in de vorm van een gebogen kroonlijst.

In de voorgevel (zuid) twee H-vensters met glas-in-lood bovenlichten onder houten kroonlijst; een zijrisaliet onder een steekkap met windveren met houten beschot met zonnemotief.
Het zijrisaliet heeft een gebogen erker met drie ramen met glas-in-lood bovenlichten samengevat onder een gebogen kroonlijst;
boven de erker een lessenaarsdakje, gedekt met rode leien, waartussen een houten balkon met houten balustrade;
openslaande deuren met getoogd glas-in-lood bovenlicht en twee kleine staande vensters met kroonlijst.
Boven de openslaande deuren staat geschilderd "Zonnehof".
Aan de oostzijde van het risaliet een H-venster met glas-in-lood bovenlicht en kroonlijst.

Aan de oostgevel een aangekapte vijfhoekige serre met een steekkapje met windveren met decoratief houten beschot; zowel in het beschot van de aankapping als van het steekkapje een klein ruitvormig venster met kruisroeden;
in de serre vier ramen en openslaande deuren, alle met glas-in-lood bovenlichten.
Rechts van de serre twee openslaande vensters met glas-in-lood bovenlicht onder een kroonlijst, en een paneeldeur met kijkgat, zesruits bovenlicht en granito stoep onder een aangekapte luifel met houten hoekpilaar.
In het dakvlak een dakkapel met licht gebogen dak met goot op houten klossen en een achtruits venster.

In de achtergevel (noord) een driedelig glas-in-lood venster ter verlichting van de trapopgang.

Aan de achtergevel een aangebouwd KOETSHUIS onder een driezijdig schilddak met goot op klossen tegen een rechte topgevel, gedekt met een roodbruin geglazuurde verbeterde Hollandse pan. Op de nok een gemetselde schoorsteen.
Aan de oostzijde de topgevel met windveren en houten beschot met zonnemotief.
In de oostgevel dubbele getoogde houten schuurdeuren met deurlichten met roedenverdeling onder een houten segmentboog in de vorm van een kroonlijst.
Aan weerszijden van de schuurdeuren een achtruits venster met kroonlijst en geglazuurde onderdorpels;
boven de schuurdeuren een dubbel getoogd venster met roedenverdeling onder een kroonlijst.
In de noordgevel twee staande vensters met roedenverdeling, een paneeldeur met drieruits deurlicht en zesruits bovenlicht, twee w.c.vensters en een H-venster met zesruits bovenlicht, alle onder een gepleisterde latei.
In de westgevel twee dubbele H-vensters met zesruits bovenlichten en houten kroonlijst, en een dubbel keldervenster met diefijzers en rollaag.
In het dakvlak een dakkapel onder een steekkap met windveren en houten beschot, en een drielichtvenster met roedenverdeling, waarbij het middelste licht getoogd is.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang:
in de vestibule de granito vloer; de tegellambrizering in wit met donkere rand.
In de hal de granito vloer;
de dubbele tochtdeuren met deurlichten en bovenlicht van geëtst glas met Art Nouveau motieven binnen een houten architraaf;
de paneeldeuren met zesruits deurlichten van geel glas en architraaf;
de houten bordestrap met decoratieve trappalen en leuningen bestaande uit sobere stijlen met handlijst, en de in marmerstructuur geverfde lambrizering.
In de serre de twee deuren met deurlicht met geëtst glas waarop twee reigers en een spin staan afgebeeld, vervaardigd door Bouvy Dordrecht;
In de woonkamer de dubbele suitedeuren met negenruits deurlichten van gekleurd glas tussen ingebouwde kasten; het plafond met rozet van pleisterwerk.
In de kelder de granito vloer met houten kasten.
In het koetshuis de houten paardenstal met ruif; de ijzeren pomp aan houten schacht.


Waardering

Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis, bruggetje en toegangspijlers van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een rentenierswoning uit 1915 in Overgangsstijl
- vanwege de opvallende detaillering
- vanwege de aardige interieuronderdelen met Art Nouveau elementen
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel het ex- als het interieur
- vanwege de markante ligging aan de voormalige doorgaande weg naar Zuidhorn.


                       
De directeurswoning bij de zuivelfabriek van Grijpskerk
De één verdieping hoge, deels onderkelderde DIRECTEURSWONING
(1909, Overgangsarchitectuur) op nagenoeg rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen op een trasraam van bruinpaarse baksteen afgezet met een geglazuurde bruine steen en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop zwarte Friese golfpannen;
houten goot op houten klossen;
decoratief fries van hout en baksteen;
topgevels deels beschoten top;
strakke houten windveren;
aan voor-, zuid- en achterzijde een niet-originele dakkapel.
De gevels worden geleed door H-vensters met in de bovenlichten roedenverdeling onder een gemetselde segmentboog met gepleisterde aanzetstenen en deels met trommel gedecoreerd met gekleurde steen;
onderdorpel van oranje geglazuurde profielsteen.

In de risalerende topgevel links van de voorgevel (oostzijde) een samengesteld driedelig H-venster onder één segmentboog waarboven een H-venster met aan weerszijden een klein getoogd staand venster.
In het rechter geveldeel twee H-vensters.

In de risalerende topgevel links van de zuidgevel twee T-vensters waarboven een H-venster met aan weerszijden een klein getoogd staand venster.
Tegen het rechter geveldeel is de serre onder plat dak aangebouwd;
aan de voorzijde twee vernieuwde houten deuren met bovenlicht waarnaast een H-venster; aan de rechterzijde twee H-vensters;
op de serre een niet-originele balustrade.
Aan de rechterzijde van de serre een H-venster.

In het risalerende linker geveldeel van de achtergevel (westzijde) een niet-originele paneeldeur met getoogd bovenlicht waarvoor een drie treden hoge gemetselde stoep.
Links van de deur een getoogd tweedelig keldervenster en een niet-origineel samengesteld venster.
Rechts van de deur een staand getoogd tweedelig venster en twee getoogde negenruits vensters onder rollaag en onderdorpel van donkere baksteen.
Aan de rechterzijde van dit geveldeel een liggend getoogd tweeruits venster.

De entree in portiek bevindt zich in het linker geveldeel van de noordgevel en bestaat uit een houten paneeldeur waarin geel glas met bovenlicht waarin roedenverdeling;
drie treden hoge hardstenen stoep.
Het portiek wordt gevormd door het dak dat onder de gootlijst is doorgetrokken en wordt gedragen door decoratieve houten klampen;
beschot aan weerszijden.
Links van de entree een H-venster en rechts een smal staand tweedelig venster.
In het risalerende rechter geveldeel twee H-vensters met aan de linkerzijde een H-venster.

In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang:
de houten paneeldeuren met houten omlijsting,
in de hal de dubbele houten tochtdeuren waarin geëtst glas (vogels) en bovenlicht met roedenverdeling,
in de woonkamer het stucplafond.


Waardering

Directeurswoning van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:

- als voorbeeld van een directeurswoning uit 1909 in de provincie Groningen in Overgangsarchitectuur
- vanwege de opvallende vormgeving en detaillering
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de zuivelfabriek
- vanwege de beeldbepalende ligging aan de Kievitsweg. 

De zuivelfabriek van Grijpskerk

GRIJPSKERK 
STOOMZUIVELFABRIEK
Klaas Siekman, architect, hij werd geboren op 18 juli 1878 te Zuidhorn - en is overleden 14 december 1958 te Zuidhorn. 
Hij was gelijktijdig zelfstandig architect, gemeente-architect en ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht. 
Ook bekleedde Siekman vanaf de oprichting in 1908 tot 1943 het directeurschap van de Openbare Vakteekenschool in Zuidhorn, zie foto, die huisde in een door hemzelf ontworpen pand. 
Klaas Siekman heeft zeer veel woningen in deze omgeving ontworpen waaronder het huis Linea Recta.
Er zullen op deze groep vast nog een aantal mensen zijn die wonen in een huis ontworpen door Siekman

OLDEHOVE 
Pastorie bij de Nederlandse hervormde kerk

Voormalige pastorie met aangebouwde consistorie bij de Nederlandse hervorrnde- kerk.
Het gebouw is in 1912 ontworpen door architect K. Siekman uit Zuidhorn.
Het is opgetrokken in een Overgangsstijl, ter vervanging van een bestaande pastorie die op dezelfde plaats stond.
De pastorie is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw overgegaan in particuliere handen.
De voormalige pastorie is opgetrokken in rode baksteen.
Het samengestelde dak is bedekt met zwart geglazuurde pannen en heeft twee gemetselde schoorstenen.
Ook de voormalige consistorie is opgetrokken in rode baksteen.
De detaillering en vormgeving zijn bijzonder.
Voormalige PASTORIE met aangebouwde CONSISTORIE bij de ernaast liggende Nederlands-hervormde kerk (monumentnummer 31395). 
De pastorie is ontworpen in 1912 door architect K. Siekman Azn. uit Zuidhorn, in opdracht van de Nederlands-hervormde Gemeente van Oldehove. 
De pastorie, die is opgetrokken in een Overgangsstijl, verving een bestaande pastorie die op dezelfde plek stond. 
In 1975 is het huis verbouwd, waarbij met name de achterkamer bij de woonkamer is getrokken en de consistorie verbouwd tot atelier. 
Op de verdieping is een badkamer ingericht. 
De pastorie is sinds de jaren zeventig in particulier eigendom.

Het pand is beeldbepalend gelegen midden in het dorp, vlakbij de kerk en het voormalige gemeentehuis. 
Bij de woning hoort een ruime tuin, die aan drie zijden wordt omhaagd.


Omschrijving

PASTORIE opgetrokken in een rode baksteen op een trasraam van gesinterde klinkers. 
Het samengestelde dak, gedekt met een zwart geglazuurde tuile du Nord, heeft twee gemetselde schoorstenen, vier pirons, een goot op klossen met eronder een fries van decoratief houtwerk. 
De gevels worden overwegend geleed door H-vensters met vierruits bovenlichten met geel glas onder een decoratief gepleisterde latei en halfsteens segmentboog met gemetselde boogtrommel, en geglazuurde bakstenen onderdorpels. 
Een gevelband van verblendsteen met rode steen verbindt de bovendorpels van de vensters.

De hoofdentree bevindt zich aan de voorzijde (zuidgevel) van het huis en bestaat uit een paneeldeur met drie deurlichten met geel glas, en een vierruits bovenlicht en twee zijlichten van gekleurd glas-in-lood, samengevat onder een gepleisterde latei. 
Boven de deur een overkapte houten luifel met houten hoekpilaar en houten hekje op een natuurstenen bordes (twee treden) tussen twee natuurstenen zijmuurtjes.
Links van de entree twee H-vensters onder een vierruits bovenlicht met geel glas, gepleisterde latei en segmentboog met boogtrommel. 
In het dakvlak een houten dakkapel met houten beschot en een vierruitsvenster, onder een steekkap met strakke windveren. 
Rechts van de entree een zijrisaliet met steekkap met strakke windveren. 
In het risaliet een halfronde erker met drie H-vensters, waarvan twee met drieruits bovenlicht en één met vierruits bovenlicht met geel glas, samengevat onder een gepleisterde latei. Op de erker een (deels vernieuwd) halfrond balkon met houten hekwerk met sobere stijlen en pijlers. 
In de topgevel openslaande balkondeuren met bovenlicht tussen twee zijlichten, alle onder een gepleisterde latei.

In de westgevel twee H-vensters met vierruits bovenlicht en geel glas, een T-venster met drieruits bovenlicht met geel glas, een paneeldeur met deurlichten en bovenlicht met geel glas, en een gemetselde stoep (twee treden); 
een risaliet onder een steekkap met strakke windveren en gepleisterd motief in de topgevel, vier T-vensters met drieruits bovenlicht met geel glas, 
twee tweedelige keldervensters met diefijzer en gepleisterde latei. 
Alle vensters en deuren hebben een gepleisterde latei met halfsteens segmentboog en boogtrommel.

In de oostgevel een H-venster met vierruits bovenlicht met geel glas, en een dubbel H-venster met drieruits bovenlicht met geel glas, beide onder een gepleisterde latei met halfsteens segmentboog en boogtrommel. 
Midden in de gevel openslaande terrasdeuren met vierruits bovenlicht met geel glas, tussen twee zijlichten met tweeruits bovenlicht met geel glas, samengevat onder een gepleisterde latei. 
Voor de openslaande deuren een terras met vloer van rode plavuizen en een gemetselde borstwering (niet origineel) en gemetselde stoep, onder een overkapping met houten beschot steunend op twee houten hoekpilaren. 
In het dakvlak erboven een houten dakkapel met steekkap met strakke windveren en houten beschot, een openslaand venster onder een drieruits bovenlicht tussen twee zijlichten.

De achtergevel heeft een aankapping met aan de oostzijde een tweeruits w.c. venster met gepleisterde latei. 
Aan de achtergevel is een platte aanbouw gebouwd (consistorie).

De CONSISTORIE is opgetrokken in een rode baksteen op een trasraam, deels van rood- bruine klinkers en deels van gesinterde klinkers, onder een plat dak met een hoge gemetselde schoorsteen en een goot op houten klossen. 
In de oostgevel twee openslaande vensters met tweeruits bovenlicht; 
in de noordgevel drie zesruits vensters; 
in de westgevel dubbele deuren met twee getoogde drieruits deurlichten met geel glas onder een drieruits bovenlicht, en een (vernieuwde) gemetselde stoep. 
Boven alle deuren en vensters een gepleisterde latei.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: 
in het voorportaal en de gang de granito vloer; 
het gepleisterde plafond met rozet; 
de tochtdeur met geëtst glas met bloemenvaas en WELKOM, tussen boven- en zijlichten van geel bewerkt glas. 
In de gang de houten bordestrap met leuning met houten trappaal, spijlen en handlijst; 
de paneeldeuren met getoogd drieruits deurlicht met geel glas en decoratieve architraaf. 
In de voorkamer de zwart marmeren schouw waarop uilen staan afgebeeld. 
In de woonkamer de zwart marmeren schouw met vergulde motieven; 
de (later verplaatste) suitedeuren met drieruits deurlichten met geel glas.


Waardering

Pastorie met aangebouwde consistorie van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een pastorie met consistorie uit 1912
- vanwege de opvallende detaillering en het materiaalgebruik
- vanwege de redelijke mate van gaafheid
- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de reeds beschermde Nederlands-hervormde kerk
- vanwege de beeldbepalende ligging midden in het dorp, vlakbij het voormalige gemeentehuis. 



SEBALDEBUREN
Pastorie met aangebouwde bergplaats bij de Nederlands- hervormde kerk uit 1807


De pastorie is in 1934 gebouwd naar een ontwerp van architect K. Siekman Azn. uit Zuidhorn in Interbellum-architectuur. 
In 1970 is er een douche in gebouwd en in 1981 is de studeerkamer vergroot door het aangrenzende terras erbij te trekken. 
Tevens is toen bij de pastorie een vrijstaande garage gebouwd die wegens te geringe ouderdom buiten de bescherming valt. 
De verbouwingen hebben het aanzicht van het pand als geheel echter nauwelijks aangetast. Naast de pastorie staat een houten verenigingsgebouw uit de jaren dertig van deze eeuw, dat buiten de bescherming valt omdat het later is vergroot en verbouwd.

De pastorie is ruim gelegen op een grote kavel grond achter de Nederlands-hervormde kerk. In de tuin een aantal monumentale bomen, zoals een groene en een rode beuk en twee linden. 
Een beukenhaag met twee houten (vernieuwde) toegangshekken scheidt de tuin van de openbare weg en een sloot vormt de scheiding met het kerkterrein.

Omschrijving

PASTORIE opgetrokken in een geel-groene waalklinker op een trasraam van rood-bruine klinkers. 
Het wolfdak, gedekt met een zwart geglazuurde verbeterde Hollandse pan, heeft een houten overstek en twee hoge gemetselde schoorstenen.

De voorgevel (oost) heeft een driestrooksvenster met glas-in-lood (blank) bovenlichten; een driezijdige erker onder een gepleisterde betonnen luifel met aan de voorzijde een driestrooksvenster en aan de zijkanten een smal venster, alle met glas-in-lood bovenlicht (blank). 
Aan weerszijden van de erker een gemetselde bloembak. In de topgevel vlechtwerk en twee driedelige vensters met houten luiken.

In de noordgevel een H-venster met (blank) glas-in-lood bovenlicht en rollaag, en de hoofdentree, bestaande uit een gelakte paneeldeur met vijfruits deurlicht onder een bovenlicht met (blank) glas-in-lood. 
De entree bevindt zich in een overkapte portiek met overstek, gemetselde hoekpilaar in geel-groene baksteen op een gemetseld muurtje (roodbruine klinkers), een houten plafond en een gemetselde stoep met betegeld (rood-zwart) bordes.

Aan de zuidgevel een aangebouwde serre onder een plat dak met overstek, met aan de oostzijde een tweestrooksvenster en aan de zuidzijde een driestrooksvenster, beide met glas-in-lood bovenlichten. 
De serre gaat over in een later doorgetrokken deel (oorspronkelijk terras) met deur en twee vensters.

In de achtergevel (west) een H-venster met blank glas-in-lood bovenlicht en rollaag; in de topgevel een enkel en een dubbel staand venster, en twee staande gekleurde glas-in-lood vensters. Aan de achtergevel een uitgebouwd portaal met plat dak, waarin een houten deur met deurlicht, rollaag en gemetselde stoep, en een w.c. venster met rollaag.

Aan de achter- en noordgevel een aangebouwde BERGPLAATS onder een aangekapt schilddak met overstek, gedekt met een zwarte verbeterde Hollandse pan. 
In de zuidgevel een liggend, smal driedelig venster met rollaag; in de westgevel een smal tweedelig venster met rollaag; in de noordgevel een staand driedelig venster met rollaag, een houten deur met deurlicht, rollaag en gemetselde stoep, en een klein tweedelig venster met rollaag; in de oostgevel (in portiek) een staand venster met rollaag.

Alle vensters hebben bruine dorpelstenen als onderdorpel.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de hal de houten trap met aan de muurzijde een houten leuning en aan de andere zijde schotwerk van triplex met houten leuning en trappaal; de tochtdeur met deurlicht met roedenverdeling. 
In de woonkamer de suitedeuren met deurlicht met roedenverdeling en aan weerszijden een kast; het lijstwerk op de wanden; de betegelde schouw; de houten lambrizering onder de vensterbanken. 
In de keuken de houten ingebouwde glaskast

Waardering


Pastorie uit 1934 bij Nederlands-hervormde kerk van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als voorbeeld van een pastorie uit 1934 in Interbellum-stijl bij een oudere kerk
- vanwege de vrij sobere doch verzorgde vormgeving
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van zowel het ex- als het interieur
- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de (beschermde) Nederlands-hervormde kerk
- vanwege de ruime ligging op een door een beukenhaag begrensde kavel grond. 

BEDUM
Arbeiderswoningen met schuurtjes

Omschrijving
Dubbel SCHUURTJE op rechthoekige plattegrond, opgetrokken in roodbruine baksteen op een trasraam van klinkers. 
Het zadeldak met sneldekpannen (niet origineel) heeft strakke windveren en een bakgoot op houten klossen. 
De twee identieke, spiegelbeeldige helften hebben elk een houten toegangsdeur, drie halve gietijzeren zesruits venster onder een getoogde strek en een klein roosvenster in de topgevel.

Waardering

Schuurtje van algemeen belang
- vanwege de functionele relatie met de woningen
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur



Dubbele ARBEIDERSWONING met aankapping opgetrokken in rode baksteen met twee topgevels van witte kalkzandsteen op een trasraam van rood-bruine klinkersteen. 
Het pand wordt gedekt door een met nieuwe pannen (oorspronkelijk cementpan) belegd schilddak dat aan de voorzijde twee steekkappen heeft met strakke windveren. 
Een houten goot op klossen en een fries van witte kalkzandsteen omsluiten het geheel. 
De voorgevel heeft twee deuren met kijkgat en bovenlicht en een bakstenen stoepje. 
Tussen beide deuren bevinden zich twee driedelige vensters met bovenlicht. 
Zowel deuren en ramen hebben een gepleisterde latei. 
In de topgevels een tweeruits venster onder een getoogde hanekam van rode baksteen, met daarboven een gepleisterd decoratief vlakje.

In de beide zijgevels twee H-vensters onder een latei en een kleiner venster (1978) in de aankapping. 
In de achtergevel eveneens twee H-venster en in de aankapping een deur met klein venster ernaast (1960). 
In het dakvlak bevindt zich een dakkapel (1978).

Waardering

Dubbele arbeiderswoning uit omstreeks 1915 van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang

- als goed voorbeeld van sociale woningbouw uit de eerste decennia van deze eeuw op ruime kavels grond
- vanwege het bijzondere materiaalgebruik
- als goede representant van het oeuvre van architect K. Siekman uit Zuidhorn
- vanwege de ruimtelijke en functionele samenhang met de andere onderdelen van het complex
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur
- vanwege de centrale en markante ligging rond een pleintje midden in de wijk.
HOOGKERK

HET DWEILORKEST BIJ DE OPENING VAN HET WIJKINFORMATIECENTRUM  
SUIKERBUURT








Klaas Siekman, een timmermanszoon uit Zuidhorn, ontwierp de arbeiderswoningen in Bedum én in de Suikerbuurt (1919-1920). 
Bekende werken van zijn hand zijn o.a. ook de gemeentehuizen van Grijpskerk en Zuidhorn; andere ontwerpen zijn aangewezen als rijksmonument.
De Suikerbuurt heeft de status van gemeentelijk monument gekregen.



LINK:

DWEILORKEST bij SUIKERBUURT

SUIKERBUURT- HOOGKERK- SIEKMAN






7 februari 2016

DAGBLAD VAN HET NOORDEN
Onrust aan de voet van de suikersilo's

REPORTAGE
SUIKERBUURT

De Suikerbuurt is ontsnapt aan de slopershamer.
De volkswijk in Hoogkerk kreeg veel voor de liezen: vocht en schimmel in de huizen, stenen door de ramen, rellen rond oud en nieuw.
Portret van een buurt met karakter.

Maaike Borst

De dames in de Suikerbuurt hadden vroeger de gaten in de nylons.
Niet van armoede, hoewel de buurt daar wel onder gebukt ging..
De gaten vielen in de kousen door de chemicaliën van de suikerfabriek die bij zekere wind en regen neersloegen in het kleine wijkje dat welhaast tegen de fabriek was aangebouwd.
Chloor was het, volgens Ebel Hummel (82).
Hij woont in een oude arbeiderswoning in de Noorderstraat uit 1920 die vorig jaar op de sloperslijst stond vanwege hardnekkige vochtproblemen en nu wordt gered- mede omdat het een van de meest karakteristieke wijken van Groningen is.

DVHn 070215 Rob Hesseling
Het karakter zit deels in de landelijke stijl van architect Klaas Siekman, die de buurt ontwierp in opdracht van de Vereniging tot Verbetering der Volkshuisvesting.
Meer bog wordt het aanzicht bepaald door de 55 meter hoge silo's van de suikerfabriek die boven de buurt uittorenen.
Voor Ebel Hummel was de fabriek zijn brood.
Hij stookte de stoomkraan, controleerde de [ulploods, bediende de schuimpersen en trok in de zomer de velden in.
Veel Suiketrbuurters werkten in de fabriek.
de overlast hoorde erbij.
Soms was de mist door de rook van de fabriek zo dicht dat werknemers met zaklantaarns het verkeer moesten begeleiden.
Hummel zag het een keer fout gaan.
De auto reed in volle vaart het Hoendiep in.
"Die man woonde hier achter in de Arteveldestraat.
Had twee kleine konderen.
Dat blijft je bij.

                                             ***

De klachten over vocht en schimmel in de Suikerbuurt zijn langzaam op gang gekomen.
Je moet wat beter luchten, was de eerste reactie,
Niet alleen van de woningbouwvereniging ook van sommige buurtgenoten.

Hond uitlaten en voetballen op het Nijverheidsplein, waar de zwarte resten van de brandjes rond oud en nieuw nog zichtbaar zijn.         
Foto Duncan Wijting

Klagen doe je niet in industriedorp Hoogkerk- behalve over de 'annexatie' door grote buur Groningen in 1968.
De strategie van pappen en nathouden die woningcoöperatie Steelamnde hanteerde, had niet alleen op de schimmel maar ook op de onvrede een averechts effect.
Willem Hunnel (neef van) liep voorop in de strijd.
Een man met twee gouden tanden, een lichaam vol tatoeages, een schare kinderen in de buurt, een pergola met houten uilen erop in zijn voortuin.
En een deur, zegt hij, die altijd openstaat
Want zo hoort dat in de Suikerbuurt.
In het huis van Willem Hummel in de Van Ewsumstraat vreet optrekkend vocht aan de wanden en kruipen naaktslakken over de bobbelende vloer.
Met de actiegroep Gezond Hoogkerk en de rechter wit hij uiteindelijk door te dringen tot de corporatie die in die tijd meer bezig was met flisende nieuwbouw dan met onderhoud van buurten.
Goed, zei Steelande eind 2013 plotseling.
gooien we de hele boel plat.
De buurt kwam pas weer tot bedaren toen de directeur van Steelande ook vanwege financiële problemen op non- actief werd gesteld en de nieuwe interim iemand bleek te zijn die het waagde om gewoon door de straat te lopen en 'hoi' te zeggen.
Bas, noemt de Suikerbuurt hem bij zijn voornaam.
Bas Maasen opende een informatiecentrum in de buurt en tuigde een projectteam op.
Er werd gepraat met bewoners.
Lang niet iedereen bleek zo veel last van vocht en schimmel te hebben.
Een plan was in de maak.
De rust keerde weer.
Totdat in november de stenen door de ramen vlogen in de Arteveldestraat, de bange tijdelijke huurder uit Mozambique niet terug naar zijn huis durfde en de burgemeester eerst tegen bewoners en daarna tegen landelijke media zei dat hij dit niet tolereert in zijn stad.
Gerke Hummel (neef van Ebel, broer van Willem) woont naast het getroffen huis.
Nooit last gehad van die man, zwegt hij.
Veel Suikerbuurters wisten miet eens dat hij er woonde.
In dwe drie of vier weken dat hij er zat5, had hij niet veel meer dan een matras op de grond liggen.
"Das gain ain uut Sukerbuurt west", zegtr Anne Hummel (vader van Gerke en Willem, broer van Ebel) over de stenengooier.  

                                                               ***
De Suikerbuurter weet wie zijn buren zijn.
Het is een volksbuurt waar deuren openstaan, bewoners zomers met elkaar op straat zitten, families al generaties lang wonen, voetbalkampioenschappen de straten oranje kleuren en de Alnbert Heijn om de hoek een apart afdeling woondecoratie heeft.
Het is gezellig, zeggen veel bewoners.
En: je kunt op elkaar rekenen
Willem Hummel voert al jaren actie vanwege vocht en schimmel in zijn huis
Foto Dancan Wijting

In de keuken van Anne Hummel staat een foto van zijn kleinzoon die kampioen motorcross is- een populaire hobby in de buurt.
"Vroeger was je hier echt op elkaar aangewezen", zegt hij.
"het was een armetierige tijd.
Als iemand de koffie op had, haalde je bij de buren".
Tot de renovatie halverwege de jaren zevetig hadden de de huizen in de Suikerbuurt geen douche.
Hummel douchte op zijn werk, bij strokartonfabriek De Halm.
Soms nam hij zijn kinderen mee.
Een echte arbeidersbuurt is de Suikerbuurt niet meer.
De werkloosheid is flink hoger dan gemiddeld.
Meer een achterstandbuurt willen Stadsdeelcoördinator Peter Wijnsma van de gemeente en nieuwe directeur Peter Pinkhaar van corporatie Steelande het niet noemen.
De Suikerbuurter redt zich over het alemeen wel.
Onrustig is het wel eens.
Met oud en nieuw voorbeeld.

                                                             ****
een vuurtje stoken hoort erbij.
Dat is traditie.
Maar wat er rond deze jaarwisseking gebeurde, was niet leuk meer.
Daar is iedereen het over eens.
Agenten krijgen stenen en vuurwerk om hun oren.
De ME patroulleert in de straten.
Jongens, kinderen nog, van 14, 15 jaar worden gearresteerd.
"Het was hier net de DDR.
Niet normaal meer", zegt Elizabeth Dijkstra, die al 33 jaar 'met veel plezier en in alle rust'in de Suikerbuurt woont.
Ernst- Jan de Wind (schoonzoon van Willem) zegt dat hij alleen even de deur uitstapte om te kijken en meteen vier agenten in zijn nek had.
                                                   Rook van de suikerfabriek in Hoogkerk         
                                                               Foto  Archief DvhN

Over wie de schuld heeft lopen de meningen uiteen: de politie heeft het zelf uitgelokt.
De echter relschoppers kwamen van buiten Hoogkerk.
De buurt was uit op rellen.
Dit soiort tradities hoor je niet te koesteren.
"De Suikerbuurters moeten hun kinderen beter opvoeden", zegt vertrekkend burgemeester Ruud Vreeman op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente.
Dat ze kwaad bloed.
"Eerst zet die mongool ons neer als een stelletje racisten", zegt Willem Hummel.
"En nu moeten we onze kinderen beter opvoeden?"
Toch zijn er ook bewoners- die niet met hun naam in de krant willen- die vinden dat Vreeman gelijk heeft.
Wat doen die kinderen zo laat op straat? 
                                         
                                                                      ***
Het nieuwe jaar brengt goed nieuws.
De buurt blijft overeind.
Letterlijk.
Steelande gaat renoveren, niet slopen.
Ook al is de strijd nog niet helemaal gestreden- lopers en tijdelijk huurders zijn nog niet tevreden- een van de meest karakteristieke volksbuurten van Groningen blijft behouden.
"Het wordt lichter buiten.
We gaan de goede kant weer op", zegt bewoonster Ilona König opgelucht.
Haar nagels zijn vrolijk gelakt.
De vroege februarizon schijnt op de immense witte suikersilo's.

Het speeltuintje van de Suikerbuurt             Foto Duncan Wijting
'Een deur die altijd openstaat
Want zo hoort dat in de Suikerbuurt'

Het Nijverheidsplein is nog zwartgeblakerd van de brandjes en de rellen.
Op het plein voetbalt een jongen.
Romano.
Zoon van Willem, neef van Gerke, kleinzoon van Anne, achterneef van Ebel. 
Uit:

Weer in Zuidhorn 
bij het voormalig gemeentehuis


    • In 1915 bouwde de Zuidhorner architect Klaas Siekman een vrijwel letterlijke kopie van de Hoofdwacht te Groningen (naast de Martinitoren) als het nieuwe gemeentehuis voor Zuidhorn
    foto van Orion Ufo.
In de 19e eeuw was het gemeentehuis gevestigd in het iets verder gelegen hotel Addens (thans in 't Holt)
Doordat de gemeentelijke organisatie groeide, werd uitgekeken naar een nieuw onderkomen.
Dat kwam er in 1916, naar een ontwerp van K. Siekman, waarin neogotische elementen zijn te herkennen.
Het gebouw is opgetrokken in rode baksteen.
De ornamenten van het gebouw zijn ontleend aan de neogotiek.
De laatmiddeleeuwse Hoofdwacht aan de voet van de Martinitoren heeft model gestaan voor dit gebouw.
De laatste jaren, voordat er een café in het gemeentehuis kwam, werd het gebouw alleen nog gebruikt voor huwelijken en gemeenteraad- en commissievergaderingen.
Sinds 200 is het voormalige gemeentehuis in gebruik als horecagelegenheid.
Op dit moment is het een bistro onder de naam "Het Oude Raadhuis".











  • 12 april 2016


    Bouwmeester van

    Het Westerkwartier 
    Door Liesbeth van Norden



    Een Jugendstil renteniersvilla ontworpen door de Zuidhorner architect Klaas
    Siekman kreeg onlangs veel media- aandacht,
    Het kleurige pand aan het 'Golden Houkje' in Noordhorn, dat sommige mensen 
    een beetje doet denken aan de kakelbonte woning van Pippie Langous, is echter 
    maar één van de talrijke scheppingen van de veelzijdige bouwmeester.

    *********************************************************************************************
    Diverse gebouwen
    Siekman monument
    Klaas Siekman werkte vanuit Zuidhorn en was gelijktijdig zelfstandig architect, gemeente- 
    architect en ambtenaar bouw- en woningtoezicht.
    Hij was tevebs als waterbouwkundige actief bij het waterschap Westerkwartier.
    Vanaf de oprichting in 1908 tot 1943 was hij directeur van het Openbare Vaktekenschool 
    in Zuidhorn, die onderdak genoot in een door hem ontworpen pand aan De Gast.
    Diverse door Siekman getekende gebouwen zijn aangewezen als rijksmonument.
    DE in Hoogkerk geboren bouwmeester- in zijn tijd dé architect van het Westerkwartier- 
    overleed 14 december 1958 in Zuidhorn.
    *****************************************************************************************************



    De in Hoogkerk geboren timmermanszoon, die leefde van 1878 tot 1958, 
    had aanvankelijk een voorliefde voor de uitbundige Jugendstil/Art Nouveau.
    Later omarmde Siekman- zoals meer Groninger- ook stijelementen van de 
    Amsterdamse School.
    Bovendien maakte hij gebruik van de vormtaal van de gotiek en het Nieuwe
    Bouwen.

    Nieuwe Bouwen
    De witte villa Linea Recta (1925) aan de Hoofdstraat in Zuidhorn wordt 
    beschouwd als het oudste voorbeeld van het Nieuwe Bouwen in de provincie 
    Groningen.
    Het pand is met zijn rechte lijnen en het ontbreken van lierelantijnen de 
    absolute tegenpool van de recent in de woonbijlage van een noordelijke krant geportretteerde, kleurrijke villa aan de Langestraat 17 in Noordhorn
                                  

                                     
    Het "PIPPIE LANGKOUS"!....(zoals Jan Blaauw het noemt!)

    Het is een vroeg voorbeeld van zijn werk.
    Het pand is opgetrokken in een Overgangsstijl waarin Art Nouveaustijl- en Chaletstijlelementen zijn te herkennen.
    Het woonhuis staat in een stukje Noordhorn dat vroeger het Gouden Hoekje werd genoemd vanwege het feit dat rentenierende boeren hier een aantal villa's lieten bouwen.
    Het ontwerp voor deze blikvanger is van Leendert Cornelis van der Vlugt, hoofdarchitect van de beroemde Van Nelle- fabriek in Rotterdam.
    Siekman was als uitvoerend architect betrokken bij de titstandkoming van Linea Recta.
    Het monumentale huis, waarin kubistische expressionisme en functionalisme samengaan, werd gebouwd voor de in Zuidhorn wonende notaris Vink.
    De Zuidhorner Hoofdstraat gaat over in de door statige bomen omzoomde Gast, een beroemd stukje Groningen op een hooggelegen zandrug waaraan onder meer Art Nouveau- villa's. neoklassieke panden en neogotische huizen elkaar afwisselen.
    Veel van de in opdracht van tentenierende boeren gebouwde Art Nouveau- hoogstandjes zijn van de hand van Siekman .
    In één van de panden was door hem geleide Openbare Vakteekenschool gehuisvest.

    De vaktekenschool

      De Gast nummer 21, de vroegere vaktekenschool

    De vroegere vaktekenschool en later landbouwhuishoudschool aan de Gast.
    De foto is gemaakt korte tijd na de ingebruikstelling als landbouwhuishoudschool op 1 mei 1929.
    In de oorlogsjaren was er een distributiekantoor gevestigogd en nadien nog in gebruik gebruik bij het "Groene Kruis".
    De architect van het gebouw was SIEKMAN. 

    Vakmanschap

    Zuidhorn De GAST 45

    Belastingkantoor


    Inleiding

    Voormalig BELASTINGKANTOOR bestaande uit een centraal gelegen kantoor met aan de linkerzijde een inspecteurswoning en aan de rechterzijde een rentmeesters- woning. 
    Het pand is gebouwd in opdracht vande Rijksgebouwendienst in 1919 naar een ontwerp van architect K. Siekman uit Zuidhorn in Interbellum-architectuur.
    In 1956 werd aan de achterzijde een dakkapel geplaatst en in 1958 een nieuwe
    berging aangebouwd. 
    Sinds 1976 is het pand niet meer in gebruik als belastingkantoor. 
    Onlangs, in 1997,is het pand verkocht aan twee eigenaren.
    Het belastingkantoor is opvallend gelegen op een langgerekt perceel in een gebied, De Gast genaamd, dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht. 
    Aan de achterzijde staat een monumentale treures.

    En het oude gemeentehuis (1916), dat tegenwoordig onderdak
    biedt aan een restaurant
    Over dit laatste, in neogotische stijl opgetrokken pand wordt wel 
    beweerd dat het een kopie is van de laatmiddeleeuwse hoofdwacht, 
    die ooit aan de voet van de Martinitoren stond.
    Andere voorbeelden van Siekmans vakmanschap zijn rentenierswoning Zonnehof in Grijpskerk

    En de directeurswoning van de zuivelfabriek in dit dorp., 

                           
    De directeurswoning bij de zuivelfabriek van Grijpskerk

    Tevens gaf hij vorm aan het robuuste Grijpsker gemeentrehuis.


    Grijpskerk

    Het karakteristieke pand dateert uit 1913 en is onder architectuur van Klaas Siekman
    gebouwd en heeft Jugendstil en Berlage elementen.
    Van oorsprong is het pand gebouwd als gemeentehuis van Grijpskerk (1913- 1990).
    Sinds 2011 is het oude gemeentehuis weer een trouwlocatie.


    Dit forse, blokvormige gebouw is in 1913 gebouwd als gemeentehuis voor de gemeente Grijpskerk.
    Het ontwerp is van de bekende architect K. Siekman uit Zuidhorn.
    Naast Berlage- invloeden vertoont het Jugendstilkenmerken.
    Tot 1990 is het gebruikt als raadhuis, nu is het deels een woonhuis.
    Daarnaast zijn in het gebouw twee bedrijven gevestigd:
    Crafurd's Corner (B&B, vergaderlocatie, trouwlocatie, feesten en partijen) en Profinit Healthcare (een opleidingsintituut voor NJV, EHBO en ARD).


    Noordhorn heeft- afgezien van Langestraat 17- diverse villa's en een pastorie aan hem te danken. 
                                                              
    Een SIEKMAN ....

                    Van alle kanten!
    Aan alle kanten zie je weer de molen!
                    De pastorie bij de hervormde kerk en met rodondron!
    De oude hervormde kerk!

    JB

    IMG_2848 web

    Ook in Oldehove en Sebaldeburen  zijn naar ontwerpen van Siekman pastorieën gebouwd
    OLDEHOVE 
    Pastorie bij de Nederlandse hervormde kerk

    Voormalige pastorie met aangebouwde consistorie bij de Nederlandse hervormde- kerk.
    Het gebouw is in 1912 ontworpen door architect K. Siekman uit Zuidhorn.
    Het is opgetrokken in een Overgangsstijl, ter vervanging van een bestaande pastorie die op dezelfde plaats stond.
    De pastorie is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw overgegaan in particuliere handen.

    SEBALDEBUREN
    Pastorie met aangebouwde bergplaats bij de Nederlands- hervormde kerk uit 1807


    De pastorie is in 1934 gebouwd naar een ontwerp van architect K. Siekman Azn. uit Zuidhorn in Interbellum-architectuur. 
    In 1970 is er een douche in gebouwd en in 1981 is de studeerkamer vergroot door het aangrenzende terras erbij te trekken. 
    Tevens is toen bij de pastorie een vrijstaande garage gebouwd die wegens te geringe ouderdom buiten de bescherming valt. 
    De verbouwingen hebben het aanzicht van het pand als geheel echter nauwelijks aangetast. Naast de pastorie staat een houten verenigingsgebouw uit de jaren dertig van deze eeuw, dat buiten de bescherming valt omdat het later is vergroot en verbouwd.

    De pastorie is ruim gelegen op een grote kavel grond achter de Nederlands-hervormde kerk. In de tuin een aantal monumentale bomen, zoals een groene en een rode beuk en twee linden. 
    Een beukenhaag met twee houten (vernieuwde) toegangshekken scheidt de tuin van de openbare weg en een sloot vormt de scheiding met het kerkterrein.

    BEDUM
    Arbeiderswoningen met schuurtjes

    Omschrijving
    Dubbel SCHUURTJE op rechthoekige plattegrond, opgetrokken in roodbruine baksteen op een trasraam van klinkers. 
    Het zadeldak met sneldekpannen (niet origineel) heeft strakke windveren en een bakgoot op houten klossen. 
    De twee identieke, spiegelbeeldige helften hebben elk een houten toegangsdeur, drie halve gietijzeren zesruits venster onder een getoogde strek en een klein roosvenster in de topgevel.

    Waardering

    Schuurtje van algemeen belang
    - vanwege de functionele relatie met de woningen
    - vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur



    Dubbele ARBEIDERSWONING met aankapping opgetrokken in rode baksteen met twee topgevels van witte kalkzandsteen op een trasraam van rood-bruine klinkersteen. 
    Het pand wordt gedekt door een met nieuwe pannen (oorspronkelijk cementpan) belegd schilddak dat aan de voorzijde twee steekkappen heeft met strakke windveren. 
    Een houten goot op klossen en een fries van witte kalkzandsteen omsluiten het geheel. 
    De voorgevel heeft twee deuren met kijkgat en bovenlicht en een bakstenen stoepje. 
    Tussen beide deuren bevinden zich twee driedelige vensters met bovenlicht. 
    Zowel deuren en ramen hebben een gepleisterde latei. 
    In de topgevels een tweeruits venster onder een getoogde hanekam van rode baksteen, met daarboven een gepleisterd decoratief vlakje.

    In de beide zijgevels twee H-vensters onder een latei en een kleiner venster (1978) in de aankapping. 
    In de achtergevel eveneens twee H-venster en in de aankapping een deur met klein venster ernaast (1960). 
    In het dakvlak bevindt zich een dakkapel (1978).

    Waardering

    Dubbele arbeiderswoning uit omstreeks 1915 van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang

    - als goed voorbeeld van sociale woningbouw uit de eerste decennia van deze eeuw op ruime kavels grond
    - vanwege het bijzondere materiaalgebruik
    - als goede representant van het oeuvre van architect K. Siekman uit Zuidhorn
    - vanwege de ruimtelijke en functionele samenhang met de andere onderdelen van het complex
    - vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur
    - vanwege de centrale en markante ligging rond een pleintje midden in de wijk.
    HOOGKERK

    HET DWEILORKEST BIJ DE OPENING VAN HET WIJKINFORMATIECENTRUM  
    SUIKERBUURT








    Klaas Siekman, een timmermanszoon uit Zuidhorn, ontwierp de arbeiderswoningen in Bedum én in de Suikerbuurt (1919-1920). 
    Bekende werken van zijn hand zijn o.a. ook de gemeentehuizen van Grijpskerk en Zuidhorn; andere ontwerpen zijn aangewezen als rijksmonument.

    De Suikerbuurt heeft de status van gemeentelijk monument gekregen.

    Het waren echter niet alleen welgestelden die het genoegen smaakten in een Siekman- huis te wonen.
    In Bedum en Hoogkerk verrezen door hem ontworpen arbeiderswoningen.
    In Hoogkerk vormen deze huizen de Suikerbuurt.
    In de periopde van 1919 tot 1920 liet de suikerfabriek de woningen voor het personeel bouwen.

    Geliefde architect
    Hoewel Siekman geen eigen stijl ontwikkelde, is zijn werk volgens ingewijden duidelijk herkenbaar.
    Hij werkte eclectisch.
    Dat houdt in dat hij op doeltreffende wijze elementen uit verschillende stromingen gebruikte.
    Daarbij verzuimde hij niet met zijn tijd mee te gaan.
    De website www.zuidhorninbeeld.nl stelt dat Siekman in zijn tijd een geliefde architect was:
    "Dat blijkt wel uit het feit, dat hij veel werd gekopieerd.
    Zelf deinsde hij er echter ook niet voor terug anderen te kopiëren"


    De tekst heb ik gevonden in WESTERKWARTIER

    De plaatjes heb ik er zelf bij gezocht (voornamelijk uit de site:

    Klaas Siekman Hoogkerk

    van Jan Thijs de Haan.


  •   
  • Werken 

    • 1908: Openbare VakteekenschoolZuidhorn[1]
    • 1909: Directeurswoning zuivelfabriek, Grijpskerk[2]
    • 1910-'11: Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis, Zuidhorn[3]
    • 1911: Woonhuis, Noordhorn[4]
    • 1912: Hervormde pastorie, Oldehove[5]
    • 1913: Gemeentehuis, Grijpskerk[6]
    • 1914: Woonhuis, Zuidhorn[7]
    • 1915: Arbeiderswoningen met schuurtjes, Bedum[8]
    • 1915: Rentenierswoning Zonnehof, Grijpskerk[9]
    • 1916: Gemeentehuis, Zuidhorn[10]
    • 1919: Belastingkantoor met twee dienstwoningen, Zuidhorn[11]
    • 1919-'20: Arbeiderswoningen in de SuikerbuurtHoogkerk[12]
    • 1922: Woonhuis met aangebouwd koetshuis, Zuidhorn[13]
    • 1925: Villa Linea Recta (uitvoering van een ontwerp van L.C. van der Vlugt), Zuidhorn[14]
    • 1934: Hervormde pastorie, Sebaldeburen[15]
    • 1937-'38: Uitbreiding gemeentehuis, Zuidhorn[10]

  • LINKS:










Klaas Siekman (Hoogkerk18 juli 1878 - Zuidhorn14 december 1958), ook wel K. Siekman Azn. genoemd, was een Nederlandse architect. Zijn werk is vooral te vinden in het westelijke deel van de provincie Groningen.
Leven en werkbewerken
Klaas Siekman, een zoon van de timmerman Arend Siekman (1841-1932), werkte vanuit Zuidhorn, waar hij gelijktijdig zelfstandig architect, gemeente-architect en ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht was. Bovendien was hij als waterbouwkundige in dienst bij het waterschap Westerkwartier. Ook bekleedde Siekman vanaf de oprichting in 1908 tot 1943 het directeurschap van de Openbare Vakteekenschool in Zuidhorn, die huisde in een door hemzelf ontworpen pand.
Siekmans werk had vooral een eclectisch karakter. Zijn vroege ontwerpen laten een voorliefde voor de Art Nouveau zien, maar later maakte hij ook gebruik van elementen uit de stijl van de Amsterdamse School. Tot zijn bekendere werken behoren de gemeentehuizen van Grijpskerk (1913) en Zuidhorn (1916), waarvan het laatste overigens een vrijwel letterlijke kopie is van de in 1956 afgebroken laat-middeleeuwse Hoofdwacht op deGrote Markt in Groningen. Verder ontwierp hij - niet zelden voor renteniers - een groot aantal woonhuizen, zowel in Zuidhorn als in onder andere Grijpskerk, Noordhorn en Oldehove. Verder tekende hij arbeiderswoningen in Bedum (1915) en Hoogkerk (1919-'20). Verschillende ontwerpen van Siekmans hand zijn aangewezen als rijksmonument. Dat geldt ook voor de villa Linea Recta in Zuidhorn (1925), die werd ontworpen door L.C. van der Vlugt (1894-1936) en waarvan Siekman uitvoerend architect was. Het pand geldt als het oudste voorbeeld van het Nieuwe Bouwen in de provincie Groningen.
Klaas Siekman is in december 1958 op 80-jarige leeftijd te Zuidhorn overleden.
Werken (selectie)bewerken
  • 1908: Openbare Vakteekenschool, Zuidhorn[1]
  • 1909: Directeurswoning zuivelfabriek, Grijpskerk[2]
  • 1910-'11: Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis, Zuidhorn[3]
  • 1911: Woonhuis, Noordhorn[4]
  • 1912: Hervormde pastorie, Oldehove[5]
  • 1913: Gemeentehuis, Grijpskerk[6]
  • 1914: Woonhuis, Zuidhorn[7]
  • 1915: Arbeiderswoningen met schuurtjes, Bedum[8]
  • 1915: Rentenierswoning Zonnehof, Grijpskerk[9]
  • 1916: Gemeentehuis, Zuidhorn[10]
  • 1919: Belastingkantoor met twee dienstwoningen, Zuidhorn[11]
  • 1919-'20: Arbeiderswoningen in de Suikerbuurt, Hoogkerk[12]
  • 1922: Woonhuis met aangebouwd koetshuis, Zuidhorn[13]
  • 1925: Villa Linea Recta (uitvoering van een ontwerp van L.C. van der Vlugt), Zuidhorn[14]
  • 1934: Hervormde pastorie, Sebaldeburen[15]
  • 1937-'38: Uitbreiding gemeentehuis, Zuidhorn[10]
Bronnen, noten en/of referenties




























































































  •  Stenvert (1998) (De Gast 25, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 516291 (Kievitsweg 22, Grijpskerk)
  •  RCE - Rijksmonument 516298 (De Gast 54, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 516309 (Langestraat 17, Noordhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 516310 (T.P. Oosterhoffstraat 3, Oldehove)
  •  RCE - Rijksmonument 516316 (Herestraat 50, Grijpskerk)
  •  Open Monumentendag Zuidhorn - Woonhuizen in Zuidhorn (De Gast 34, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonumenten 510663510664510665510666510667510668510669 en 510670 (Walfriduslaan 17 t/m 24, Bedum)
  •  RCE - Rijksmonument 516308 (Groningerstraatweg 23, Grijpskerk)
  • ↑ a b RCE - Rijksmonument 516317 (Hoofdstraat 5, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 516314 (Hoofdstraat 45-45a-47, Zuidhorn)
  •  Stenvert (1998) (Koningsplein e.o., Hoogkerk)
  •  RCE - Rijksmonument 516329 (De Gast 36, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 516324Libau.nl - Monumentennota Zuidhorn (Hoofdstraat 49, Zuidhorn)
  •  RCE - Rijksmonument 512843 (Kerkweg 2, Sebaldeburen)
  • Mediabestanden Zie de categorie Klaas Siekman van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.



    Dit artikel is afkomstig uit Wikipedia (credits) en is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. (copy).
    Afbeelding licentie informatie is toegankelijk door op de afbeelding te klikken.

    Geen opmerkingen:

    Een reactie posten